Er is er maar één schuldig, en dat ben ik

Via de Facebookpagina van NL Heelt krijg ik een link door naar een blog van VPRO presentator / columnist Nicolaas Veul, met de titel: “de lessen van #Metoo ”
Speciaal van één gedeelte in die column schrok ik behoorlijk, namelijk:

Weggedrukt lijden wordt altijd een naar binnen gekeerd monster. Schaamte, angst, schuld en stress zijn de scherpe tanden van het trauma dat geen weg naar buiten vindt. Het trauma eet aan zijn slachtoffers, met depressie, angstaanvallen, soms ziekte als gevolg. Hoe hard we iets ook wegdrukken om maar te overleven – het aangevreten gat gaat niet weg.

Met schrik realiseer ik dat deze tekst keihard op mij kan slaan.

Masker

Meer dan 25 jaar heb ik alles binnen gehouden. In die tijd leef ik met een masker op. Met Hermie is het altijd goed. Diep van binnen voel je de pijn en de eenzaamheid. Maar naar buiten toe is er niets aan de hand. Bij mij was niet alleen het misbruik een groot probleem, maar er waren meer factoren die alles nog moeilijker maakte.

Droevige periode

Ik was 15 toen het misbruik naar buiten kwam, mijn moeder was in die tijd ongeneselijk ziek. Maar het was niet genoeg, ook mijn vader werd ernstig ziek, en op mijn 16e verjaardag werd hij met spoed opgenomen in het ziekenhuis.
Mijn vader was gelukkig snel weer aan de betere hand, maar helaas overleed mijn moeder drie weken na mijn 16e verjaardag. Ze mocht maar 46 jaar worden. Het was een spannende en droevige periode in mijn leven.
Dit alles in aanschouw genomen, en ook het feit dat in ons katholieke gezin homoseksualiteit onbespreekbaar zou zijn, is het niet zo vreemd dat mijn ouders niet wisten om te gaan met het misbruik.

Politie verhoor

Gelukkig hebben ze me niets verweten en zijn ze gelijk naar de politie gestapt, zodat er een eind aan het misbruik kwam. Maar hoe om te gaan met een zoon die seksueel is misbruikt, was voor hen een groot probleem. Bezig met hun eigen grote problemen. Zoals de ziektes die ze beide hadden, de zorgen over 5 kinderen, en dan ook nog het misbruik erbij. is natuurlijk ook wel erg veel.
Praten werd er sowieso niet zoveel gedaan in die jaren. Ik vermoed dat mijn ouders gedacht hebben het mij makkelijker te maken door mij er niet meer mee te confronteren. (helaas heb ik het hen nooit kunnen vragen). Misschien hebben ze ook gedacht dat ik genoeg opgevangen werd door de politieverhoren, maar niets is minder waar. Gelukkig zijn de methodes nu geheel anders, Ik heb het toen werkelijk als een verhoor ervaren. Een verhoor zoals iemand zou krijgen die strafbaar feit heeft gepleegd.

Ik ben de schuldige

Thuis is er dus nooit meer met maar één woord over gesproken, zelfs niet de vraag of ik het allemaal wel aankan.
Wel is het één maal gebeurd dat ik thuis kwam en de man die mij misbruikt heeft in de kamer zat. Waarschijnlijk hebben mijn ouders hem flink de waarheid gezegd, maar daar zal ik nooit achter komen, want toen ik de achterdeur binnen kwam, werd ik gelijk naar boven gestuurd.
Het heeft mij het gevoel gegeven dat alles mijn schuld is. Met mij konden ze er niet over praten, maar blijkbaar wel met hem. Daardoor was er in mijn hoofd maar één persoon die ze het werkelijk kwalijk namen, en dat was ik.

Muziek maken kan je ook niet

Gelukkig had ik mijn muziek waar ik me in kon uitleven. Ik speelde al jaren in een harmonieorkest, en daar kon ik mijn emotie in kwijt. Vooral als ik boven op de slaapkamer aan het studeren was.
Op een dag was ik weer heerlijk aan het oefenen en ik zie buiten een auto stoppen. Uit die auto kwam een van de rechercheurs waar ik mee moest praten op het politiebureau. Ik werd naar beneden geroepen, en toen ik halverwege de trap was zei de rechercheur, dat ik ook geen muziek kon maken. Waarschijnlijk heel anders bedoeld, maar dat kwam hard aan. Toen mijn vader ( die naast hem stond) mij niet verdedigde zoals ik zou hopen en verwachte, zakte de grond onder mijn voeten weg.

50 jaar later

Vijftig jaar later kan ik zeggen dat ik me niet kan voorstellen dat het zo bedoeld was, maar voor mij was het als gevoelige tiener een klap in mijn gezicht. Op dat moment kwam er maar één gedachte in mij op: “Als ik op dit moment nog niet ondersteund wordt, weet ik dat ik nooit ondersteund zal worden in mijn leven.
Vanaf mijn 15e / 16e jaar heb ik geleefd in de veronderstelling dat er nooit iemand zal zijn die mij 100% zal steunen in wie ik ben.

wordt vervolgd

 

 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie